Project New Media Literacies (NML), a research initiative based within MIT's Comparative Media Studies program, explores how we might best equip young people with the social skills and cultural competencies required to become full participants in an emergent media landscape and raise public understanding about what it means to be literate in a globally interconnected, multicultural world.
The white paper Confronting the Challenges of Participatory Culture: Media Education for the 21st Century (Jenkins et al., 2006) identifies the three core challenges: the participation gap, the transparency problem and the ethics challenge, and shares a provisionary list of skills needed for full engagement in today's participatory culture. In the video below, members of the NML team share their thoughts and perspectives on the skills we call the New Media Literacies.
dinsdag 18 november 2008
zondag 16 november 2008
Webloggen in het onderwijs
Wat kan een weblog voor het onderwijs betekenen? Deze webquest is ontwikkeld om de mogelijkheden te ontdekken. Inclusief een introductiefilm, opdrachten en een lijst met informatiebronnen.
Google introduceert videochats
Gebruikers van Google e-maildienst GMail kunnen nu ook live elkaar overleggen via internet. Het internetbedrijf introduceerde dinsdag een videochatfunctie.
Implementatiewijzer
Een kortlopend onderwijsonderzoek naar de implementatie van een ELO heeft geresulteerd in het boekje Met een ELO méér baas over eigen onderwijs. Het boekje is ook als PDF te downloaden en gepubliceerd door het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Naast de systematische aandacht voor bovenstaande kritische factoren geldt als centraal
uitgangspunt dat de aanpak moet aansluiten bij de beleving van leraren. Bovendien
dient die aanpak in te spelen op hun behoefte aan handzame werkwijzen en aan
praktijkgerichte oplossingen. Er worden daarom argumenten en voorbeelden gepresenteerd
die leraren – naar verwachting – aanspreken.
Naast de systematische aandacht voor bovenstaande kritische factoren geldt als centraal
uitgangspunt dat de aanpak moet aansluiten bij de beleving van leraren. Bovendien
dient die aanpak in te spelen op hun behoefte aan handzame werkwijzen en aan
praktijkgerichte oplossingen. Er worden daarom argumenten en voorbeelden gepresenteerd
die leraren – naar verwachting – aanspreken.
donderdag 13 november 2008
Peer review online, wat werkt?
In de tweede serie workshops werd door het onderwijscentrum van de VU en door het IVLOS een presentatie onder deze titel gehouden. Na een theoretische inleiding waarin het begrip 'peer review' werd gedefinieerd met behulp van onderstaande begrippen als:
- studenten van gelijk niveau
- samenwerkend leren als onderwijsvorm
- peer-assessment --> co-assessment
werd verder ingegaan op een tweetal applicaties die in het kader van het PROOF-project (peer review online opschalen en faciliteren) gebruikt zijn. Beide systemen zijn text-based. Opvallend was dat de twee deelnemende universiteiten ieder een eigen keus maakten voor een peer review systeem. Hoewel als voordelen voor de studenten de volgende argumenten werden genoemd:
- spreken elkaars taal
- tussenstap naar zelfstandig leren
- toepassing criteria (verinnerlijking)
- actief bezig zijn met de stof (diepteverwerking)
- belang van tussentijdse feedback
bleek dat ook het belang van het kunnen opschalen (efficientie) en van de docenten (schaarste aan tijd, groter volume aan feedback kunnen aanspreken) een belangrijke rol hebben gespeeld in de keuze voor Turnitin en een Annotatiesysteem. Ben heel benieuwd of er ook ervaringen zijn waarin ook multimediale producten gebruikt kunnen worden in een peer review.
- studenten van gelijk niveau
- samenwerkend leren als onderwijsvorm
- peer-assessment --> co-assessment
werd verder ingegaan op een tweetal applicaties die in het kader van het PROOF-project (peer review online opschalen en faciliteren) gebruikt zijn. Beide systemen zijn text-based. Opvallend was dat de twee deelnemende universiteiten ieder een eigen keus maakten voor een peer review systeem. Hoewel als voordelen voor de studenten de volgende argumenten werden genoemd:
- spreken elkaars taal
- tussenstap naar zelfstandig leren
- toepassing criteria (verinnerlijking)
- actief bezig zijn met de stof (diepteverwerking)
- belang van tussentijdse feedback
bleek dat ook het belang van het kunnen opschalen (efficientie) en van de docenten (schaarste aan tijd, groter volume aan feedback kunnen aanspreken) een belangrijke rol hebben gespeeld in de keuze voor Turnitin en een Annotatiesysteem. Ben heel benieuwd of er ook ervaringen zijn waarin ook multimediale producten gebruikt kunnen worden in een peer review.
Een Rijnlandse school?
De leerling voorbereiden op de wereld van morgen. De leerling begeleiden, ondersteunen, uitdgen, helpen groeien en faciliteren om een wereldburger voor morgen te worden. Mooie woorden waarmee de eerste sessie van de OWD2008 werd aangekondigd. De werkelijkheid bleek echter een stuk zwart/witter te zijn. Na een lange introductie waarin veel aandacht gegeven werd aan de publicaties en het CV van de presentator, werd het Rijnlands model gepositioneerd tegenover het Anglo-Saxisch model. Deze laatste werd helemaal afgebroken als zijnde niet meer van deze tijd en niet geschikt om de bovengenoemde doelen te bereiken. Jammer dat de passie het won van het vakmanschap. In ieder geval het vakmanschap om te kunnen nuanceren.....
Literatuurtip: Media education for the 21st century van Jenkins
Tijdens de sessie van Jan Willem Rengers werd gerefereerd naar het whitepaper van Jenkins 'Media education for the 21st century'. Voor de link hiernaar, klik hier.
Abonneren op:
Reacties (Atom)