Posts tonen met het label RS. Alle posts tonen
Posts tonen met het label RS. Alle posts tonen

vrijdag 16 januari 2009

Basispakket web 2.0 tools

Iedere maand schrijf ik voor een onderwijsblad in het basisonderwijs een ICT-rubriek. Voor de invulling struin ik het internet af naar nieuwe ontwikkelingen. Zo kwam ik op de volgende website met een verzameling aan web2.0 tools. De maker noemt het een basispakket. Dat idee spreekt me wel aan. Helemaal als je het vertaalt naar de eigen situatie. Hoe ziet het basispakket van een student en docent binnen de Avans hogeschool eruit? Buigt daar de denktank zich ook over?
http://computersindeklas.yurls.net/

maandag 22 december 2008

Open Source Online Conferencing Tool

"Als je op zoek bent naar een handige applicatie om online synchroon te vergaderen dan hoef je niet verder te zoeken: DimDim klaart de klus. "

http://www.leerbeleving.nl/2008/12/08/bruikbare-webconferencing-tool/

zondag 16 november 2008

Google introduceert videochats

Gebruikers van Google e-maildienst GMail kunnen nu ook live elkaar overleggen via internet. Het internetbedrijf introduceerde dinsdag een videochatfunctie.

Implementatiewijzer

Een kortlopend onderwijsonderzoek naar de implementatie van een ELO heeft geresulteerd in het boekje Met een ELO méér baas over eigen onderwijs. Het boekje is ook als PDF te downloaden en gepubliceerd door het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Naast de systematische aandacht voor bovenstaande kritische factoren geldt als centraal
uitgangspunt dat de aanpak moet aansluiten bij de beleving van leraren. Bovendien
dient die aanpak in te spelen op hun behoefte aan handzame werkwijzen en aan
praktijkgerichte oplossingen. Er worden daarom argumenten en voorbeelden gepresenteerd
die leraren – naar verwachting – aanspreken.

vrijdag 7 november 2008

Professionaliseer in 10 minuten

Ten web 2.0 things you can do in 10 minutes to be a more successfull eLearning professional.

http://nl.youtube.com/watch?v=akAfCrOVhrM&feature=related

dinsdag 16 september 2008

Wie volgt?

"Traditioneel liepen de instellingen voor hoger onderwijs voorop in het aanbod en het gebruik van technologie en functionaliteit. Nu moeten we constateren dat de markt in een aantal opzichten voorloopt en dat de nieuwe functionaliteit via medewerkers en studenten de instellingen binnenkomt".

Dit schrijft Karl Dittrich in het WTR Trendrapport 2008.

De oplossing ligt volgens Dittrich niet in weer een paradigmashift, maar in differentiatie, waarbij het sociale aspect van het onderwijs voor ogen gehouden moet worden.

Lees verder...

donderdag 8 mei 2008

Digitale rechten

De auteursrechten en het copyright-logo kennen we allemaal, maar welke rechten heeft de maker in het digitale tijdperk? En hoe mag de gebruiker digitaal materiaal hergebruiken? Daar ging in de kern de bijeenkomst van donderdag 8 mei over, georganiseerd door de SURF Digital Rights Expertise Community (Surf direct). Tijdens de presentatie is de uitkomst van een onderzoek, een conceptrapport en een advies voor het hoger en universitair onderwijs gepresenteerd.

Uit het onderzoek bleek dat het delen en hergebruiken van digitaal onderzoeks- en onderwijsmateriaal geaccepteerd lijkt te zijn. Opvallend is wel dat de wens om materiaal van anderen te gebruiken groter is dan de bereidheid om zelf materiaal beschikbaar te stellen.

Als gebruiker van digitaal materiaal wil je weten wat je wel en wat je niet met het materiaal mag doen. We kennen het auteursrecht, maar die stamt uit 1912 en is historisch achterhaald. Bijna 100 jaar geleden was het niet gebruikelijk om individueel te publiceren. Nu is dat wel anders. Daarom is het auteursrecht in het internettijperk vaak niet afdoende. Je wilt immers meer met de informatie kunnen doen, zonder steeds toestemming te moeten vragen aan de auteur. Hergebruiken bijvoorbeeld.

Surf heeft alle licenties bekeken en een advies uitgebracht. Een belangrijke voorwaarde daarbij was het gemak voor zowel de maker als de gebruiker. Zij mogen niet lastig gevallen worden met allerlei restricties. De meest geschikte licentie, volgens het advies, is: de Creative Commons naamsvermelding 3.0 Nederland Licentie. In plaats van een copyright-logo plaatst de maker het By-logo. Op basis van deze licentie mag een gebruiker een werk kopiëren, verspreiden en doorgeven en afgeleide werken aken en distrubueren onder voorwaarde van naamsvermelding van de maker. Deze licentie staat toe dat commercieel gebruik en afgeleide werken vrij zijn toegestaan.

woensdag 7 mei 2008

ICT in onderwijs te vrijblijvend

Peter Sloep was samen met Piet Kommers lector 'Educatieve functies ict' bij Fontys Lerarenopleiding Sittard. Sinds 1 mei is hij hoogleraar aan de OU. In zijn afscheidsinterview met Fontys stelt hij de vrijblijvendheid onder docenten aan de kaak: "Heel concreet: er zijn mensen die tegen ons zeggen dat ze niets met computers hebben. Dat is onaanvaardbaar, want de jeugd kan lezen en schrijven met zo'n ding. Je hoeft niet actief te bloggen, maar je moet wel weten wat dat is. Voor studenten hebben we als ingangstoets een digitaal rijbewijs ingevoerd. Als je dat hebt, dan voldoe je aan de minimumeisen wat betreft ict-gebruik. De lacunes die daar uit komen, spijkeren we bij. Maar weinig docenten wilden zelf ook aan zo'n toets meedoen. Ik vind dat het management dat verplicht moet stellen".

Lees verder...

vrijdag 21 maart 2008

Bezoek uit Antwerpen

Donderdag 20 september kregen we een achttal collega’s van de Hogeschool van Antwerpen op bezoek. Na een kennismaking in het Grand Café en een rondleiding door het gebouw met Rudi, heeft Jan een korte presentatie gehouden over het realisatieplan van de visie op eLearning als afgeleide van de Avansvisie.

In de kern ging de presentatie over het realiseren van betrokkenheid op verschillende niveaus met als doel het innoveren en optimaliseren van het onderwijsleerproces. Het is onze uitdaging om iedere betrokkene binnen Avans enthousiast te maken voor eLearning. Onderwerpen die aan bod kwamen: authentieke leertaken, competentiegericht opleiden, het sociaal-constructivisme, het ontwikkelen van eigenaarschap bij studenten, een krachtige persoonlijke leeromgeving, binnen en buiten leren.

Realisatieplan
Om het doel te bereiken, liggen er een aantal activiteiten op verschillende niveaus (Avans, academies, individuele docent) op de plank:


  • Opschalingsproject ePortfolio;

  • Innovatieprojecten: Social Software, Digitale Learning Content, Games en Simulatie;

  • DigiCE, de digitale variant van de opleiding Commerciële Economie;

  • Aansluiten bij de onderwijsontwikkeling van academies;

  • Grassrootsprojecten, een stimuleringsbijdrage voor docenten;

  • Roadshows, goede voorbeelden van eLearning van collega’s voor collega’s;

  • Communities of Practices
  • Digitale etalage, een wiki met resources die docenten kunnen ondersteunen in de dagelijkse onderwijspraktijk.

Een compliment aan Rudi voor de perfecte organisatie van de dag. Ik denk dat onze collega's uit Antwerpen een hele boeiende en leerzame dag hebben gehad!

Zeven pijlers van digitale didactiek

Op zoek naar informatie over de zeven pijlers van digitale didactiek van Robert-Jan Simons kwam ik deze PowerPointpresentatie van Wilfred Rubens tegen op Slideshare. Wat mij enorm aanspreekt is de koppeling die Wilfred maakt tussen diverse vormen van ICT-gebruik en de zeven pijlers. Hij geeft een concrete invulling aan de pijlers en noemt voorbeelden als: samenwerkend leren en ICT, weblogs, discussieforum, social bookmarking en podcasting en meer...
De presentatie eindigt met de stelling dat ICT leidt tot een krachtige persoonlijke leeromgeving. Hij laat zien hoe zijn persoonsoonlijke leeromgeving van 2007 door middel van ICT compleet is veranderd ten opzichte van 1994.

De digitale generatiekloof

In het eerste nummer OnderwijsInnovatie 2008 van de Open Universiteit Nederland onderhoudt prof. dr. Rob Martens een rubriek 'Onderzoeksnieuws'. Onderstaande tekst is rechtstreeks overgenomen.

De digitale generatiekloof
Het fascinerende essay Innovatief leren met jongeren van Guus Wijngaards (lector E-learning aan Hogeschool INHOLLAND in Rotterdam) gaat over de digitale wereld van jongeren en hoe weinig onderwijs daarop aansluit. Wijngaards betoogt overtuigend dat onderwijs dat wel zou moeten doen en geeft ook aan hoe dat zou kunnen. Hij noemt jongeren, leerlingen en studenten van nu de 'digital natives', die zo bedreven zijn in het benutten van technologie dat ze zich daarvan eigenlijk niet meer bewust zijn en zeer gemakkelijk nieuwe ontwikkelingen op dit gebied volgen en opnemen in hun dagelijkse leven. Het advies van Wijngaards: het onderwijs moet veel en veel beter aansluiten bij de verworvenheden en mogelijkheden die de digitale wereld jongeren biedt. Daardoor kan ook beter gebruik worden gemaakt van de ict-kennis en -vaardigheden van jongeren, met als positief gevolg een toename van motivatie, zo verwacht de auteur.
Deze 'thought provoking' bundel van de Onderwijsraad wordt tenslotte afgesloten met essays die gemaakt zijn door leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Sommigen zijn volstrekt recht voor z'n raap. Wat dacht u van dit citaat: 'Over leraren... ze zeiken alleen maar, en zeggen nooit wat je goed doet.'(p.174).
Kortom, wie in onderwijsinnovatie geïnteresseerd is moet deze bundel downloaden, 180 pagina's, helemaal gratis.

http://www.onderwijsraad.nl/uploads/pdf/alternatieven_voor_de_school.pdf

(Onderwijsinnovatie, maart 2008, p. 35)

dinsdag 4 maart 2008

Workshop 'Digitale leerobjecten in de Onderwijskunde

Aan de Universiteit van Utrecht worden leerobjecten intensief ingezet bij de cursus 'Ontwerpen van leersituaties'. Gijsbert Erkens vertelt. In eerste instantie was het de bedoeling om meer los te komen van het studieboek. Dat vond Gijsbert te klassiek en te beperkt. Zijn vraag was: "Hoe kun je kennis eenvoudiger en op verschillende manieren overdragen?" Het gaat bij de inzet van leerobjecten binnen de cursus om het verrijken van de theorie en het aanbieden van kennis vanuit de ideeën van multiple representations. Zo kun je leren vanuit een boek, maar ook via een interview met een ontwerper, een samenvatting, een puzzel of van mede-studenten. Gijsbert noemt de cognitieve flexibiliteitstheorie van Spiro (1988) als wetenschappelijke inspiratiebron. Het aanbieden van leerstof zorgt voor een betere beklijving (verankering) van kennis.

Soorten leerobjecten
Binnen de cursus wordt een variatie aan digitale leerobjecten gebruikt voor de theorie, het ontwerp en als verdieping.

Theorie:
- weblectures
- Videofragmenten colleges
- Samenvattingen van de literatuur
- Voorbeeldtentamen

Ontwerp:
- Video interviews
- Podcasts van ontwerpers
- Puzzel van het ontwerptraject

Verdiepend:
- Links naar relevante websites
- Collegereeks David Merrill

Als didactisch model voor de cursus is het 4C/ID model van Van Merriënboer gekozen. Een element daaruit is dat je als student informatie krijgt op het moment dat je dat nodig hebt, just in time.

Gijsbert gaat verder met drie stellingen:
1. Met leerobjecten leer je niet meer, ook niet beter, maar anders
2. Ieder nieuw leerobject verhoogt de studiebelasting van de student
3. Alleen leerobjecten met een persoonlijk verhaal zijn motiverend (narratief)

Resultaten
De cursus is in Blackboard ingericht. In het onderzoek is gekeken naar de best bekeken leerobjecten:
- sheets met samenvattingen (81%)
- puzzel onderwijskundig ontwerpen (50%)
- interviews met deskundigen (47)

Studenten vinden de leerobjecten vooral van belang bij het voorbereiden van het tentamen. 86% van de studenten vindt de leerobjecten zinvol!

Aanbevelingen
Met leerobjecten is meer kwaliteit en diepgang mogelijk;
De techniek moet wel werken;
Het is belangrijk dat leerobjecten geïntegreerd aangeboden worden met hoorcolleges, dus:
- tijdig aanbieden
- tijdens de hoorcolleges terugkomen op de leerobjecten;
Maak onderscheid in kern en aanvullende content;
Sluit meer aan tijdens het hoorcollege bij de leerobjecten;
Neem de verwerking van de leerobjecten op in het tentamen.

Flexibele curricula met digitale leerobjecten

Jan Rasenberg van de Hogeschool Rotterdam vertelt over een project waarbij de nadruk lag op de ontwikkeling van digitaal leermateriaal en hoe je die flexibel inzet. Onder flexibele curricula verstaat Jan het variëren van leerobjecten in een andere onderwijssetting. De boodschap van Jan: ‘Richt je op de ontwikkeling van losse kennisobjecten en laat de didactische inbedding over aan de docent.’

Voordelen van deze aanpak:
De rol van de docent is niet het ontwikkelen, maar meer als begeleider. Wanneer goed bruikbaar digitaal leermateriaal beschikbaar is, zijn zij prima in staat om na te denken over de best didactische inzet.

Door je enkel te richten op losse kennisobjecten houd je het flexibel. De objecten zijn in diverse onderwijssettings te gebruiken: van zelfstandig leren en projectmatig werken tot volledig docent gestuurd. De kennisobjecten zijn didactisch neutraal. Bewust.

Docenten zitten niet te wachten op een opgelegde strategie of een verplichte didactiek.
Didactisch neutrale objecten zijn gemakkelijk te integreren in Blackboard. Daar vindt de didactische inbedding plaats.

Jan laat een filmpje zien van David Merrill, goeroe op het gebied van leerobjecten. Dit filmpje bracht hem op het idee van de kennisobjecten in plaats van leerobjecten. Merrill maakt dit onderscheid Hij spreekt pas van een leerobject wanneer losse kennisobjecten en strategie-objecten samen komen. De kennisobjecten stelt de Hogeschool Rotterdam beschikbaar via de e…lo (N@tschool) en via http://www.studentennetwerk.nl/lero/natuurkunde/kennisbank/index
De didactische ondersteuning heeft bewust geen plek in de kennisbank gekregen. Die wordt door de individuele docent toegevoegd via de ELO. Denk aan een moduleboek, een handleiding, een forum, etc.

Vragen
Gedurende het project kregen de projectleden veel vragen. Jan geeft een selectie:
- Wat zit er in de kennisbank?
- Hoe groot zijn de leerobjecten?
- Welke didactische uitgangspunten zijn gekozen?
- Welke leerstrategie wordt toegepast?
- Hoe toets je het leerresultaat?

Volgens Jan allemaal hele legitieme vragen, maar vanuit de bewuste keuze om te gaan voor didactisch, neutrale kennisobjecten niet te beantwoorden.

Toegang tot digitale content van uitgevers

De derde spreker vertelt over een samenwerkingsverband van Surf Foundation die het mogelijk maakt om zonder gedoe met passwords toegang te krijgen tot digitale content van alle uitgevers. Meer informatie op: http://federatie.surfnet.nl/ Surf Foundation geeft voorlichting op locatie en biedt hulp aan de ICT-dienst.

Excellent Research - digitaal leerobject

De tweede spreker vertelt over een van de digitale leerobjecten van HB Uitgevers, ‘Excellent Research’. Studenten leren zelfstandig om onderzoek te doen. Ze kunnen kiezen voor twee routes, vanuit de theorie (Hoe doe ik onderzoek? of vanuit de praktijk (het uitvoeren van onderzoek). Eerst denken of eerst doen. Van heel lineair naar non-lineair. Beide routes zijn mogelijk, afhankelijk van de leerstijl van de student. Studenten zijn positief. Zij waarderen de duidelijke structuur, maar ook dat je daarbinnen een eigen route kunt kiezen die past bij jouw leerstijl.

125 digitale leerobjecten van HB Uitgevers

De eerste workshop tijdens het Innovatium werd georganiseerd door HB Uitgevers. Zij hebben 125 leerobjecten ontwikkeld die toegankelijk zijn via hun eigen digitale leeromgeving van Threeships. Studenten loggen in en kunnen tegen betaling een online module volgen. Een overzicht van de digitale leerobjecten is te vinden via http://www.hbuitgevers.nl/elo
AMBM heeft inmiddels een tiental digitale leerobjecten besteld om ervaring mee op te doen.

De eerste spreker noemde een drietal motieven om met digitale leerobjecten aan de slag te gaan:
1. Efficiëncy
- Digitale leerobjecten zijn voor een grote groep studenten toegankelijk;
- Met behulp van digitale leerobjecten is het onderwijsleerproces flexibeler in te richten.

2. Onderwijsinhoud verrijken
- Digitale leerobjecten maken didactisch meer mogelijk, door gebruik te maken van video, simulaties, games, beroepssoftware
- Dividu maakt digitale (peer-) feedback mogelijk

3. Motivatie
- De student wil multi-mediaal werken in samenwerking met anderen
- De docent is in staat om zijn aanbod te verrijken, zich meer te richten op de ondersteuning van competenties en de toepassing.

Innovatium 2008

Vandaag zijn een aantal collega's van Avans aanwezig geweest bij het Innovatium in congresgebouw De Doelen in Rotterdam. De titel van het congres 'Dwarsbalken en Zichtlijnen. Bouwen aan Onderwijsvernieuwing'. Eén van de zichtlijnen was het delen van content. Het onderwerp sluit perfect aan op het project 'Digitale Learning Content' waar in de pilotfase JHS, AM en AGZ aan meedoen. Gedurende de dag heb ik een aantal hele goede en bruikbare workshops bijgewoond. In onze eLearnblog doe ik verslag van deze opstekertjes...

zaterdag 22 december 2007

Lijstje succesfactoren

Wat moet je doen om een ICT-project succesvol te laten verlopen? In 2005 heeft Iwan Wopereis van de Open Universiteit onderzoek gedaan naar succesfactoren van ICT-projecten.

De Top
10:

1. Maak de meerwaarde zichtbaar
2. Maak het voordeel van een product duidelijk (nieuw is niet noodzakelijk beter)
3. Kies een competente projectleider
4. Vier je successen
5. Het management moet betrokken en competent zijn
6. De projectleider moet volledig toegewijd zijn
7. Ambitie telt
8. Formeer een expert- en professioneel team
9. Betrek alle betrokkenen (docenten, studenten, coördinatie, ondersteuning, directie) erbij
10. Houd de cultuur open

Volgens Wopereis weten we vanuit de literatuur dat het belangrijkste element in veranderingsprocessen de menselijke factor is. Participatie, informatie, communicatie en betrokkenheid. Daar gaat het om!

De
link naar het artikel.

vrijdag 14 december 2007

Good practice 2: Digitaal hoorcollege AGZ

Op de foto zie je Arno Rademaker, docent fysiologie van de Academie voor Gezondheidszorg (AGZ). Samen met Jeroen Alessie, onder andere verantwoordelijk voor de onderwijsinnovatie binnen de AGZ, neemt hij in de multimediaruimte van Xplora een hoorcollege op. In totaal gaat het om vijf gedigitaliseerde versies van hoorcolleges rond het onderwerp spierfysiologie en trainingsleer. Een digitaal hoorcollege is met name geschikt voor relatief stabiele kennis.

In plaats van het bijwonen van een regulier hoorcollege bekijken de studenten de digitale hoorcolleges op de plaats en op het tijdstip dat het hen uitkomt en zo vaak als zij willen. Dat is volgens Jeroen Alessie een groot voordeel. Niet in de laatste plaats voor de roostermaker die geen grote groep studenten meer hoeft in te roosteren in de collegezaal. Maar dat is volgens Jeroen niet de voornaamste reden voor de AGZ om tijd en energie te steken in deze innovatie. Uiteindelijk gaat het om een hoger leerrendement. De docent is door de digitale hoorcolleges anders en beter inzetbaar. In plaats van het geven van vijf hoorcolleges per blok, is hij nu in staat om een verdiepingsslag te maken door met kleinere groepen studenten actief en interactief te werken. De studenten bekijken de video en passen de opgedane kennis daarna meteen toe. Deze manier van werken sluit beter aan bij competentiegericht onderwijs. De duur van een digitaal hoorcollege is overigens meer dan de helft korter dan het oorspronkelijke hoorcollege. De docent dwingt zichzelf in de voorbereiding om zich te beperken tot de kern van het vak. Nog een groot voordeel is de mogelijkheid om de video’s herhaaldelijk af te spelen. Ook wanneer je als student in het derde studiejaar even bent vergeten hoe het ook alweer zat met die basiskennis uit het eerste studiejaar.

In de nabije toekomst worden meerdere vakken en onderwerpen binnen AGZ gedigitaliseerd. Studenten kunnen de video’s via Blackboard downloaden en afspelen op hun eigen computer of i-Pod. Mobile learning heet dat.

donderdag 13 december 2007

DLC 3: De boekdrukkunst

Rob Martens, hoogleraar Multimedia educatie, spreekt eerder dit jaar over een revolutie die vergelijkbaar is met wat er 550 jaar geleden gebeurde na de uitvinding van de boekdrukkunst. Martens gelooft in het beeld van de nieuwe generatie, die anders leert, omdat ze is opgevoed met nieuwe technologie.

De nieuwe generatie moet volgens Martens op een andere manier gemotiveerd worden. Motivatie moet van binnenuit komen, terwijl de werkwijze in het onderwijs volgens Martens te veel gericht is op extrinsieke motivatie. Het uit zich in toetsen, vaste curricula, roosters, jaargroepen. Het leidt tot een 'telt-dit-mee?'-houding.… "Als je leerlingen niet langer beschouwt als een vat om kennis in te gieten, maar een spons die informatie op wil zuigen, ben je op de goede weg.…"

Technologie heeft het ondertussen mogelijk gemaakt dat we informatie non-lineair kunnen presenteren, dat we kunnen individualiseren en dat de consument ook producent is geworden. Er is ontzettend veel informatie beschikbaar, en wel direct. De vraag hoe de student de informatie vindt die past bij zijn leervraag en leerstijl is vele malen interessanter dan de vraag hoe je controleert wat de student doet.… Veel mensen in het onderwijs overschatten nog altijd de opbrengst van formeel leren. Wetenschappers zeggen juist dat het leren van mensen voor 80 tot 90 procent bestaat uit informeel leren.… Informeel leren en het gebruik van technologie hebben de toekomst!

En wat is de link met e-Learning binnen Avans? Binnen het innovatieproject 'Digitale Learning Content' richten we ons niet alleen op de aanbodzijde: de content, de kenniscomponent en de rol van de docent, maar ook op de vraagzijde: de rol van de student die op zoek gaat naar informatie, passend bij de leervraag.